Werkstandaard

Noot: de Wetterhoun heeft nog geen vastgestelde werkstandaard. Om alvast een idee te geven over hoe de Wetterhoun werkt, is hier de tekst weergegeven zoals deze is aangeleverd aan de ALV. Later, na vaststelling, wordt de definitieve tekst hier opgenomen.

Deze werkstandaard schetst het ideaalbeeld dat in de praktijk zoveel mogelijk nagestreefd moet worden.

  • FCI classificatie: rasgroep 8 Retrievers-Spaniels-Waterhonden
  • Sectie: 3 Waterhonden, met werkproef

1. Korte historie

De Wetterhoun (in het Frysk: Wetterhûn) is eeuwenlang voor de jacht op de otter en bunzing gebruikt omdat het moedige en geharde honden zijn. Als de Wetterhoun lucht kreeg, bleef hij volhardend het spoor volgen tot het wild zich veilig waande en de jager erbij was om het met een speer te doden. De genoemde diersoorten worden sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw niet meer bejaagd. Daarnaast was en is hij van oudsher een verdelger van ongedierte. De werkwijze zit in de houn en zien we terug in hun manier van werken in andere typen jacht.

2. Algemene verschijning en exterieur

Middelgrote, stevig gebouwde jachthond met grimmig en terughoudend voorkomen en een astrakan vacht. De krachtige en forse bouw, die toch ook weer niet plomp of log is, straalt moed en robuustheid uit. De Wetterhoun behoort vierkant te staan, waarbij de lengte van de rug gelijk is aan de schofthoogte. De rug is recht en de bovenbelijning is horizontaal. Zijn gehele uiterlijke verschijning staat ten dienste van het werk, zijn bruikbaarheid voor elk doel, op vele terreinen. 

3. Allround jachthond

De Wetterhoun is een allround jachthond, die zijn verdienste bij het werk voor het schot vooral heeft bij het opsporen en uitdrijven van wild en die tevens alle facetten van het werk na het schot beheerst, i.e. apporteren en nazoeken. Deze veelzijdigheid willen we behouden. Gezien de vettige vacht en de vliezen tussen de tenen is de Wetterhoun vooral thuis in de wetlands, en ook hartje winter neemt hij het water makkelijk maar veelal behoedzaam aan. 

De Wetterhoun is op post oplettend, rustig en stil. In het jachtveld is het een rustige maar passievolle, doortastende, onvermoeibare, en zorgvuldige jager onder het geweer. Hij toont zoeklust, initiatief, doorzettingsvermogen en jachtverstand en schuwt de zwaarste dekking niet. Maar, zeer tekenend, zit er geen wild, dan zal hij zijn energie sparen, niet te verwarren met gebrek aan jachtpassie. Hij werkt spontaan samen met zijn voorjager zonder zich onnodig op hem te verlaten; het is een zeer zelfstandig werkende hond. Hij zoekt rechtstreeks contact met het wild en stoot dit bewust en fel uit; hij is wildrein en steady op flush en schot, schakelt na het schot gemakkelijk over op de nazoek van dood of gewond wild en apporteert in gestaag tempo zowel te land als uit water. 

3.1 Voor het schot

Hoewel de Wetterhoun als waterhond is ingedeeld in rasgroep 8 (sectie 3) sluit zijn werk in het veld het best aan bij het werk van de spaniels. Dit omdat de Wetterhoun tevens een drijvende hond is. De Wetterhoun is thuis op vele soorten terrein en dekking, al zijn de wetlands dus een natuurlijke habitat. 

In vergelijking met de spaniels zijn er in het oog springende verschillen. Een belangrijk verschil is het lagere zoektempo, de andere zoekwijze en het schijnbaar ontbreken van een zoekpatroon. Het werk van deze rassen is zoveel anders omdat hun bouw en temperament anders is. Als we deze twee veranderen, verandert het werk van de hond ook en verliezen we de Wetterhoun zoals we die graag zien.

3.1.1 Gangwerk

Tijdens het zoeken in het veld een rustige galop of stevige draf, vanwege zijn vierkante bouw niet in een gematigd tempo. Volhardend, regelmatig in rust de verwaaiing checkend. De rug is vast en de bovenbelijning blijft horizontaal, met soms een lichte beweging van de achterhand in hogere begroeiing. 

3.1.2 Kophouding

De Wetterhoun flankeert met een halfhoge kophouding waarbij hij regelmatig een hoge kophouding aanneemt om beter verwaaiing op te nemen. Afhankelijk van het veld en de weersomstandigheden kan de kophouding hoger of lager zijn. Onder omstandigheden zijn controles van grondverwaaiing toegestaan. 

3.1.3 Zoekpatroon

De Wetterhoun moet doorzettingsvermogen tonen en moed uitstralen. Hij maakt kleine slagen, behoort onder het geweer te werken, blijft al flankerend binnen ca. 30-40 meter en blijft in contact met de (voor)jager. Hij zoekt een perceel behoedzaam, vrij zoekend, maar intelligent af, veel gebruik makend van de wind, wat er niet altijd methodisch uitziet. Verwaaiing wordt regelmatig geverifieerd om daarna vlot het parcours te hervatten. De breedte van het zoekpatroon wordt aangepast aan het veld en de begroeiing. 

Zit er geen wild, dan lijkt het alsof hij zonder enig patroon –of schijnbaar achteloos– zoekt. Dat is echter niet zo; zijn fenomenale neus heeft hem dan al verteld dat er niets zit. Het feit dat een Wetterhoun zijn zoekpatroon, zijn werktempo en mate van concentratie aanpast aan de wisselende omstandigheden van terrein, wild en wind, getuigt van jachtverstand; deze eigenschap wordt hoog gewaardeerd.

3.1.4 Contact met wild

De Wetterhoun die op wild stuit moet na snelle verificatie daarvan met voldoende autoriteit het wild attenderen en direct krachtig flushen. Attenderen kan door heel kort een voorpoot optillen, of het hoofd beweegt in de richting van het wild, of er is sprake van stevige staartactie. 

3.1.5 Luid geven

De Wetterhoun beschikt over een scherpe neus om het wild te ‘printsjen’: het spoor te vinden en te volgen. De print is hierbij het nagebleven spoor op de grond en de verwaaiing, de lucht op het spoor. Met het wild in zicht kan de Wetterhoun hals geven, ook wel zichtluid of zoals men in Friesland zegt ‘de hûn slacht troch’. Dit ‘trochslaan’ is een hoogtonig, voor het wild angstaanjagende blaf en een aanwijzing voor de jager. Veer- en haarwild wordt direct uitgestoten. Bij grofwild kan een Wetterhoun ook standluid geven als aangeschoten wild gesteld wordt. Roofwild dient te worden gesteld en instinctmatig zal de Wetterhoun veelal tot verwurging overgaan.

3.2 Apport

Het apport moet natuurlijk en effectief zijn met een zachte bek, zowel te land als uit het water. De Wetterhoun gaat vanwege zijn bouw in een gematigd tempo, en laat zich op de terugweg licht afzakken op de wind. Bij het apporteren van roofwild kan een hardere bek voorkomen gezien zijn historische taak.

3.3 Nazoeken

Voor wat betreft nazoeken cq zweetwerk is de werkwijze te vergelijken met een zweethond. De Wetterhoun loopt óp het spoor, net als een Dashond, Hannoveraan en Bayerische Gebirgsschweisshund, en snijdt hooguit een haak af als hij onder de wind loopt. De kophouding is niet structureel laag zoals bij de genoemde rassen, maar afhankelijk van de wind laag tot halfhoog. 

Geef een reactie