Allround jachthond

‘Het is een plaatje in het veld’, zei een jager eens tegen me. Dat is het, en daarnaast is het een beste werker, allround en volhardend.

Historie

De Wetterhoun (FCI groep 8, sectie 3 Waterhonden, FCI nummer 221) komt uit het merengebied in Friesland. De Wetterhoun is oorspronkelijk met name ingezet voor de jacht op de otter en de bunzing. Sinds deze niet meer bejaagd worden, is de Wetterhoun vooral actief op veerwild en haarwild. De reukzin van de Wetterhoun is befaamd, net als zijn volhardendheid. Naast de jacht werd de Wetterhoun ook gebruikt als bewaker van het erf, als trekhond, en als mollenvanger en ongediertebestrijder.

Jachteigenschappen

Sinds de staande honden en retrievers medio vorige eeuw populairder werden, raakte de Wetterhoun in de vergetelheid. Vandaag de dag wordt de Wetterhoun weer meer als jachthond ingezet. In een hutje of onder de blinds op de ganzen, op de boot op de eenden; de Wetterhoun is overal thuis, en altijd rustig. Een drijfjacht op kleinwild zoals haas, konijn, fazant en patrijs past een Wetterhoun ook goed, evenals een vossenjacht vanwege het robuuste voorkomen en de kracht. Hij wordt zeer gewaardeerd als doorzetter in de jacht, voor die (voor)jager die weet hoe je met respect en geduld de Wetterhoun aan het werk krijgt. Ook bij zweetwerkopleidingen is de Wetterhoun steeds vaker te zien. In de afgelopen jaren hebben vijf Wetterhounen een zweetwerkkwalificatie behaald.

De Wetterhoun is een allrounder, die voor en na het schot werkt en voor nazoeken gebruikt kan worden. Ze passen zich makkelijk aan het terrein aan. Ze werken onder het geweer en blijven dus dicht bij hun baas. De Wetterhoun attendeert (hij geeft kort aan dat er contact is met het wild) en stoot het wild dan uit. Het zijn ook prima apporteurs die vooral goed markeren. Wetterhounen zijn uitermate geschikt voor jachtvelden met kleinere percelen, water, rietkanten, bosjes en houtwalletjes. Ook zware dekking schuwen ze niet.

Karakter en uiterlijk 

De Wetterhoun is graag buiten, en graag bij de baas, en nog liever buiten bezig mèt de baas. Thuis is hij de rust zelve, in de loop liggend, en waaks maar zeker niet luidruchtig. Ze kunnen prima buiten verblijven, en ook ’s nachts buiten slapen. Er zijn Wetterhounen bekend die bij -10 graden C nog óp hun hok slapen in plaats van er ín. Het koude jachtseizoen is voor de Wetterhoun dus geen probleem.

Het is een zelfzekere evenwichtige hond die goed trainbaar is. Verwacht echter na een gedegen training geen slaaf te hebben. Het is een zelfstandig denkende hond die graag het nut van je verzoek wil begrijpen. De baas moet hier wel tegen kunnen (en anders niet voor een Wetterhoun kiezen). Na een consequente en dwangvrije (!) opvoeding werkt de hond graag voor de baas. Een Wetterhoun moet er wel plezier in houden; bij de training is afwisseling en uitdaging nodig. De intelligentie van de Wetterhoun blijkt vooral in de praktijkjacht, waar de hond goed zelfstandig kan werken. 

De kenmerkende astrakan vacht van een Wetterhoun behoort ietwat vettig te zijn en de verzorging ervan is minimaal. De vacht beschermt van nature goed bij ruw terrein en weersomstandigheden tijdens het werk. De Wetterhoun komt in vier kleurslagen voor: zwart, bruin, zwart-wit en bruin-wit.

Voorkomen en gezondheid

De Wetterhoun heeft een zeer kleine populatie, naar schatting 1100 honden, en komt vrijwel alleen in Nederland voor. Op jachtwedstrijden laten ze zich weinig zien, omdat het echte praktijkhonden zijn. In Nederland wordt in verschillende delen van het land actief gejaagd met de Wetterhoun. Een jachtcombinatie in Vlaanderen heeft ook al enkele jaren een Wetterhoun in de gelederen, namelijk de mijne.

Ondanks de kleine populatie is het ras relatief gezond. Er komt incidenteel heupdysplasie (HD) en elleboogdysplasie (ED) voor, hoewel er zelden klinische klachten zijn. Verder komen er soms hart- en oogproblemen voor. 

Bloedlijnen / jachtpassie

De jachtpassie van de Wetterhoun wordt beïnvloed door de erfelijke kwaliteiten van zijn (voor)ouders, door stimulatie in het nest en door training. Ik ben een van de (zeer) weinige fokkers die nadrukkelijk selecteert op jachteigenschappen, waardoor er wel verschil kan zijn in werklust en temperament. Uiterlijk is geen verschil te zien tussen een jachthond of een showhond; in jachtpassie zijn er grote verschillen te merken.

Geef een reactie